
Wethouder en loco-burgemeester
![]() |
|
|---|---|
| Adres |
Van Deventerlaan 7 2271 TT Voorburg |
| Contact |
email: MA.Houtzager@leidschendam-voorburg.nl tel: 070 300 90 62 |
Wethouder Financiën / Loco-burgemeester
In portefeuille:
INTERVIEW (tekst Wim Schoevers)
Marcel Houtzager, wethouder Financiën:
‘Meer waar voor je geld’
Hij heeft nu een heel andere portefeuille: Ruimtelijke ordening werd na de laatste verkiezingen Financiën. En laat dit onderwerp nu, in deze tijd van economische tegenspoed, een dominante rol spelen.
Werd Houtzager in het verleden door sommigen onterecht als de ‘bouw-wethouder’ neergezet, kan nu iedereen wel terecht beweren dat het alleen maar om geld gaat? “Aan de ene kant is dat waar”, zegt hij. “Ons hele bestaan draait om geld. Dat is de keiharde realiteit. Voor mij als wethouder Financiën komt er nog iets extra’s bij: het gaat om andermans geld, namelijk dat van de belastingbetaler, de inwoners van onze gemeente. Aan de andere kant richt mijn werk zich veel meer op het verantwoord en doelmatig besteden van dat ‘overheidsgeld’. Financiële middelen zo inzetten, dat de mensen waarvoor het bedoeld is, er het meeste voor terugkrijgen. Creatief aan de slag gaan om binnen alle beperkingen er het meeste uit te slepen. Elke euro kun je immers maar één keer uitgeven.”
Tering naar de nering
Houtzager ziet in deze benadering geen verschil met zoals mensen in hun privé-situatie omgaan met geld. “Voor de meesten is dit toch vanzelfsprekend. Verstandig met geld omgaan betekent ook: in tijden van minder inkomsten de tering naar de nering zetten. Dan moet je kiezen voor bijvoorbeeld een ritje minder met de auto, slimmer winkelen, een goedkopere vakantie, enz. Dat is waar we nu als overheid mee bezig zijn. Door de economische recessie ontvangt de gemeente minder geld. Onze keuze is niet: inkomsten verhogen door nieuwe belastingen in te voeren of belastingverhogingen. Wel een heldere keuze als het gaat om waar geld wel of niet (meer) aan wordt besteed. Daarvoor heeft het College van B&W zich hard gemaakt en een integraal pakket van keuzes, de zogenoemde bezuinigingsmaatregelen, aan de gemeenteraad voorgelegd. Met de brede aanvaarding van dit pakket net voor de zomer heeft de gemeenteraad een moedig besluit genomen.”
Dat dit niet zonder slag of stoot ging, hebben de protesten en demonstraties van diverse maatschappelijke groeperingen laten zien. “Begrijpelijk”, zegt Houtzager, “want het is niet leuk als de overheid je niet meer financieel ondersteunt in zaken waar je met hart en ziel aan werkt. Alleen, het hoeft niet ‘einde verhaal’ te betekenen.”
Hoge kwaliteit
Alvorens de wethouder dit aan de hand van opvallende voorbeelden duidelijk maakt, laat hij graag zien waar de overheid wél van is. “Wij zorgen er voor dat mensen kunnen leven in onze stad. Wegen, scholen, sportvoorzieningen, groen, water en een aantal andere openbare voorzieningen zijn daarvoor nodig. Verder dient e.e.a. binnen heldere regels te kunnen verlopen. Dat zijn de randvoorwaarden waarbinnen Leidschendam-Voorburg soepel draait. Die zaken moeten op orde zijn en van een hoog kwalitatief niveau. Wat ‘niet van de overheid’ is hoe mensen – particulieren, ondernemers, gebruikers, organisaties, verenigingen, enz. – van deze voorzieningen gebruikmaken. Dat is aan ‘de maatschappij’. Hoe vanuit deze benadering met de beperktere hoeveelheid (belasting)geld om te gaan, leidt op veel terreinen tot geheel nieuwe inzichten, bij de gemeente, maar ook bij maatschappelijke organisaties. Dat vraagt naast een denkomslag ook energie, creativiteit en tijd. Daarom zijn alle maatregelen over enkele jaren uitgestreken. De eerste voorbeelden zijn veel-belovend. De scouting was een van de protesterende partijen. Toch zijn enkele scoutingverenigingen al aan het kijken of hun gebouwen – de meeste redelijk nieuw en helemaal ingericht voor de jeugd – door de weeks ook voor kinderopvang kunnen worden gebruikt. Ook bij sportclubs zien we die ontwikkeling. De voordelen zijn duidelijk: intensiever gebruik van – grotendeels met belastinggeld gefinancierde - voorzieningen, financieel gezondere bedrijfsvoering en kennismaking van kinderen met clubs (kans op toekomstige leden). Kortom: meer waar voor je geld.”
Samenwerken is samen scoren
Dit ‘Nieuwe Denken‘, zoals Houtzager het noemt, kan op veel terreinen worden toegepast. “In onze maatschappij bestaan vele verenigingen, clubs en organisaties, die alle autonoom en vaak ‘historisch gegroeid’ hun plaats hebben verworven. Maar net zoals de vraag ‘hoeveel zwembaden in onze gemeente?‘ kun je die vraag stellen richting deze sectoren. Door samenwerking met gelijke of andersoortige clubs kunnen nieuwe kansen opdoemen en met minder geld meer voor de leden of het publiek – de klant – gedaan worden.”
Slimmer, effectiever en efficiënter met geld (in feite: kennis, tijd, planning) omgaan, schuilt ook achter een aantal actuele gemeentelijke projecten. “Ik noem het Fluitpolderplein. Dat is een unieke cluster van zwembad, twee sporthallen, twee scholen (vmbo en mbo) en een bibliotheek. Dit project is niet alleen technisch, maar ook functioneel integraal ontwikkeld. De twee scholen onder één dak bevorderen de doorstroming van leerlingen. Zo wordt uitval beperkt. Een ander voorbeeld is de herinrichting van het Groot Zijdepark. Wateropvang, waterkwaliteit, ecologie, groen en recreatief gebruik zijn integraal benaderd. Zo is binnen het aanwezige budget veel méér tot stand gekomen en is deels werk met werk gemaakt kunnen worden. Ook bij projecten in het buitengebied van onze gemeente, die tot nu toe los van elkaar zijn ontwikkeld, gaan we bekijken of door een slimmere, integrale aanpak meerwaarde kan worden gekweekt als het gaat om uitvoering en haalbaarheid.”
De voorbeelden die de wethouder hiervoor noemt, maken volgens hem duidelijk dat ‘investeren aan de voorkant’ loont. “Projecten en voorzieningen kunnen zo met minder geld worden gerealiseerd en geëxploiteerd. Dan blijft bij de overheid en bij alle betrokken organisaties meer geld over voor ‘de achterkant’, namelijk voor die mensen die echt buiten de boot vallen en op een of andere manier een steuntje in de rug nodig hebben.”
Miljoenen minder
Die conclusie brengt Houtzager op de feitelijke cijfers die aan de orde zijn en de effecten van de bezuinigingen op de maatschappij. “Aan de inkomstenkant ontving de gemeente jaarlijks 92 miljoen euro, waarvan 71 miljoen euro van het Rijk via een uitkering uit gemeentefonds, 10 miljoen euro uit de OZB en de rest uit overige inkomsten. De komende jaren zullen we jaarlijks op veel minder miljoenen euro uit het gemeentefonds kunnen rekenen. Op Prinsjesdag zijn de werkelijke bedragen bekend geworden. Dit is nog zonder de effecten – meer taken voor de gemeente en minder geld – van de stelselwijzigingen en bezuinigingen in onder meer de sociale sector, die het Rijk in petto heeft. Daarom is onze bezuinigingsoperatie, de uitgaven in vijf jaar met 23 miljoen terugbrengen, behoedzaam gecalculeerd. Dit om te voorkomen dat we nog twee of drie keer moeten terugkomen met nieuwe bezuinigingsrondes. Zo hebben we duidelijkheid naar de toekomst geschapen. Een koers, die zowel het stadsbestuur als de vele maatschappelijke organisaties in staat stelt beleid en plannen te maken waarop mensen kunnen rekenen. En duidelijkheid

